[onder constructie]
Adorno vond kitsch een sterk staaltje - het sterkste staaltje - consumptiemaatschappelijke rotzooi.
Ik ben het niet met hem eens. Kitsch kan artistieke ironie zijn.
Het is spelen met de symboliek. Juist spelen met de manier waarop de consumptiemaatschappij onlosmakelijk verbonden is met de kunstsector; het bindmiddel: geld.
Het is raar dat je een bedrag moet betalen voor een ouderwetse vogelkooi met een foto erin, maar geld in de kunstsector is immers immer symbolisch beladen; je betaalt niet voor de gebruikte verf en het schuren van de lijst. Ook bij kunstwerken die goedgekeurd waren of zouden zijn door Adorno. De prijs moet los gezien worden van de esthetische waarde. Geld en kunst zijn onverenigbaar, maar de kunstmakers hebben voedingsstoffen nodig. Noodzakelijk kwaad.
Niet alle kitsch is kunst. Moge dit duidelijk zijn.
[Ik snap hem zelf ook niet meer helemaal, maar het moet gezegd.]
woensdag 16 september 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten